Tips en advies doe het zelf

Ten eerste raden we altijd AF zelf aan electriciteit te sleutelen, maar indien wij U hier niet van kunnen weerhouden willen we U graag met een handleiding tips bieden

  • Wat is elektriciteit 
  • Zo werkt de electrische installatie in uw huis 
  • Werken aan elektriciteit 
  • De draden (kleuren) 
  • De leidingen 
  • Lasdozen, centraal dozen, sokken en schakelaars 
  • Bochten buigen 
  • Draden trekken 
  • Stopcontact vervangen 
  • Schakelaar vervangen 
  • Dubbele schakelaar (serie schakelaar vervangen) 
  • Hotelschakelaar aansluiten 
  • Kruisschakeling aansluiten 
  • Dimmers 
  • Vervangen van schakelaars voor dimmers 
  • storing aan dimmers 
  • Electra aanbrengen in de badkamer (wat mag wel en niet) 
  • Brand 
  • Storing, de aardlekschakelaar schakelt uit 
  • Breng de electriciteit in kaart 
Wat is elektriciteit?
De stroom die ons huis binnenkomt heeft een spanning van 220 - 230 volt (V). Alle elektrische apparaten verbruiken energie die we uitdrukken in Watt (W). Het totale stroomverbruik van de diverse apparaten drukken we uit in Ampère (A). Door het wattage te delen door de voltage, weten we hoeveel ampère we nodig hebben. Een lamp van 60 watt heeft dus een ampèrage van
0,26 ampère (60 Watt gedeeld door 230 V).
Dat amperage is van belang om uit te kunnen rekenen hoeveel apparaten en/of lampen u tegelijkertijd kunt inschakelen als ze op dezelfde groep zitten. Bij de oude stoppen is aan de kleur van de zekering kunt u zien welk ampèrage de groep aan kan.   

Een groene zekering = 6 ampère;
Een rode zekering = 10 ampère;
Een grijze zekering = 16 ampère, dit komt het meeste voor.

Heeft u een moderne groepenkast dan zitten er schakelaars in de meterkast, op deze schakelaars staat het ampérage aangegeven

Zo werkt de elektrische installatie in uw huis.

Uw energiebedrijf brengt de elektriciteit van buitenaf naar binnen, naar uw meterkast. Deze bestaat uit verschillende onderdelen (van beneden naar boven) (afbeelding l).
 

hoofdzekering, electra meter, groepenkast

1 In het onderste verzegelde deel van de meterkast zitten de hoofdzekeringen. Die mogen alleen bewerkt worden door medewerkers van het energiebedrijf, u mag het zegel dan ook nooit verbreken.

2 Ook de elektriciteitsmeter is door het energiebedrijf verzegeld. Ook aan de elektriciteitsmeter mogen alleen medewerkers van of namens het energiebedrijf werken.

groepenkast

3
 In de verdeelkast wordt de stroomtoevoer gesplitst in groepen. Daarmee wordt voorkomen dat alle elektriciteit uitvalt als u het systeem overbelast, of als er kortsluiting optreedt. Nu is het zo dat alleen de zekering van de betreffende groep doorbrandt, de andere groepen blijven normaal gesproken gewoon werken. Op de verdeelkast zitten schakelaars waarmee u elke groep apart kunt in- of uitschakelen.

  oude aardlekschakelaar

Een nieuwe < en oude > aardlekschakelaar

4 De aardlekschakelaar houdt in de gaten of er in uw elektriciteitscircuit stroomverlies optreedt. Als dat het geval is, schakelt deze schakelaar onmiddellijk uit.

Dit kan voorkomen dat brand ontstaat of iemand geëlektrocuteerd wordt

Werken aan electriciteit

Laat werk aan een groepenkast altijd door een erkend elektrotechnisch installateur uitvoeren, hij kent de gevaren en de eisen die aan zo'n kast worden gesteld.

Zoals u waarschijnlijk wel weet, kán elektriciteit gevaarlijk zijn. Een stroomstoot is op z'n minst onprettig, elektriciteit kan dodelijk zijn!. Het is dus van belang dat u voorzichtig doet als u met elektra aan de slag gaat. Wij adviseren u bovendien om zelf alleen klein onderhoud te plegen en vrij eenvoudige veranderingen aan te brengen, voor grotere klussen is de (erkende) installateur het juiste adres, want voor het werken aan een elektrische installatie geldt, dat U zich altijd dient te houden aan de wettelijke voorschriften.

  1. Oefen eerst een keer 'droog'. Maak vooraf een tekening en ga nog voordat u de werkzaamheden aanvangt, even na hoe de draden lopen, welke kleuren met elkaar verbonden moeten worden en wat de volgorde van de werkzaamheden moet zijn
  2. Schakel in de meterkast in ieder geval de elektriciteit uit van de groep waaraan u gaat werken. Hebt u een automatische stop, dan zet u de schakelaar om, hebt u een gewone stop, dan kunt u die het beste helemaal eruit draaien. Probeer even of de elektriciteit inderdaad uitgeschakeld is, door een lamp of iets dergelijks even aan te zetten die op dezelfde groep zit. Als het goed is, doet deze lamp het nu niet. Twijfelt u nog, maak dan opzettelijk kortsluiting.
  3. Een belangrijke voorzorgsmaatregel is het gebruiken van niet-geleidende materialen. Schoenen met rubber zolen geleiden de stroom niet als u toch een stroomstoot zou krijgen. Datzelfde geldt voor goed geïsoleerd gereedschap. En, houd water ver uit de buurt van de werkzaamheden. Ga nooit op een natte ondergrond staan en zorg ervoor dat u zelf niet nat bent
  4. Als u een trap nodig hebt, zet die dan stabiel neer en ga zo hoog staan dat u makkelijk bij de plaats kunt waar u de werkzaamheden moet uitvoeren.


    De draden  
     

In de elektrische installatie worden vier kleuren draad gebruikt:

  • BRUIN  - Aanvoerdraad (fase)  
  • BLAUW - Afvoerdraad (nulleiding)  
  • ZWART - Schakeldraad (na schakelaars en tussen schakelaar en lamp)   
  • GEEL/GROEN  - Aarddraad  

Bij oude installaties kunt u nog te maken krijgen met de 'oude' kleuren:

  • Groen  - Aanvoerdraad   
  • Rood  - Afvoerdraad  
  • Grijs  - Aarddraad.  
  • zwart - schakeldraad   


De leidingen

Normaal gesproken bestaan de inpandige leidingen uit ronde kunststof buizen met een diameter van 16 mm. Daar lopen de draden dan doorheen. Als de leidingen in de muur zijn weggewerkt, noemen we ze inbouwleidingen, als ze op de muren zijn aangebracht, spreken we van opbouwleidingen. Een andere soort opbouwleiding is het platte - buissysteem (k25). De draden lopen in dat systeem in een kabelkoker die op zijn beurt weer is gekoppeld aan een platte holle plint.

Lasdozen, Centraal dozen sokken en schakelaars

 Als u ronde buizen gebruikt als opbouwleiding heeft u beugels nodig. Daarmee zet u de buizen om de 40 cm vast op de muur. Verder hebt u zowel voor opbouw- als voor inbouwleidingen natuurlijk lasdozen, sokken, schakelaars en stopcontacten nodig, ook deze zijn verkrijgbaar als opbouw of inbouw. Lasdozen zijn nodig om de aftakkingen te kunnen maken, sokken om de buizen aan elkaar te kunnen koppelen, en schakelaars en stopcontacten om de lamp of het apparaat aan en uit te kunnen zetten.

Er zijn vier verschillende lasdozen: In een centraaldoos (afbeelding 2) maakt u op een centrale plaats de verbinding naar alle lampen, stopcontacten en schakelaars. Een trekdoos (afbeelding 3) gebruikt u voor het trekken van installatiedraad en het maken van zogenaamde doorverbindinglassen. Een T doos (afbeelding 4) bevat een T-splitsing. Daarmee kunt u aftakken naar een stopkontakt of een schakelaar. Een vork- of gaffeldoos (afbeelding 5) gaat nog een stap verder dan de T-doos: u kunt hiermee aftakken naar twee stopcontacten of schakelaars. Deze dozen zijn ook allemaal in de inbouwvariant verkrijgbaar.


 

Bochten buigen

Als u niet met flexibele buis werkt, iets wat we U met klem willen aanbevelen, kunt toch zelf bochten in de buis maken. Daarbij is het natuurlijk van belang om de buis ook in de buiging hol te houden. Daarvoor hebt u een buigveer nodig. Aan het ene uiteinde van de buigveer bindt u een draad. Die moet zo lang zijn dat hij uit de buis blijft hangen, zodat u de buigveer na gebruik weer uit de buis kunt halen. Gebruikt u wel flexibele buis, wat we u afraden dan moet u de beugels waarmee u de buis vast zet op de muur, wat dichter bij elkaar plaatsen dan bij niet flexibele buis. Bijvoorbeeld op een onderlinge afstand van 30 cm.

Gebruikt U flexibel buis, dat is het naderhand of bij storingen etc, ontzettend moeilijk draden te vervangen

Draden trekken

Als u eenmaal de bochten gebogen hebt, kunt u de draden door de buizen gaan leggen. Dat doet u met een trekveer (afbeelding 6). De draden die door de buis heen moeten, bindt u aan het oog dat aan het uiteinde van de trekveer zit. Dat doet u nadat u een stukje van het omhulsel van de draad hebt 'weggestript' met een striptang. Draai de 'blote' einden van de draden aan elkaar en haal ze door het oog van de trekveer.

Nu voert u eerst de trekveer door de buis en daarmee dus ook de draden. Zorg ervoor dat u overal waar u draden aan elkaar moet maken (moet 'lassen'), voldoende draad laat uitsteken. Ook op alle andere plaatsen legt u de draden lekker ruim, zodat u nog eens kunt veranderen, zonder dat u er extra werk aan hebt.

draden trekken

Draden lassen

Om een draad af te takken kunt u lasklemmen of lasdoppen gebruiken. Een lasklem is plat, een lasdop is rond (afbeelding 7). Bij beide is het van belang dat er alleen maar 'afgestripte draad' in zit, er mag dus geen 'afgestripte draad' uit de lasdop of lasklem steken. Daarom haalt u van de draden die u in de lasklem wilt zetten ongeveer een centimeter isolatie weg, maar als u ze in een lasdop wilt zetten moet dat wat meer zijn. Dan moet u namelijk de 'afgestripte draden' in elkaar draaien voordat u ze in de lasdop voert en dat kost millimeters. Let op! Altijd kleur aan kleur! Hebt u teveel 'afgestripte' draad; knip dan het overbodige deel weg met een zijsnijtang.

Stopcontact ( of WandContactDoos WCD ) vervangen

Als u een stopcontact ( WCD) vervangt, kunt u gewoon gebruik maken van dezelfde schroeven en schroefgaten. Evenals bij het oude stopcontact, moeten de blauwe (of rode ) en bruine of groene) draden vastgezet worden onder de contactschroeven. Buig daarvoor een lusje in de 'afgestripte draad' en sla dat lusje om de schroef heen. Zorg ervoor dat u de schroef goed vastdraait, een los contact is gevaarlijk omdat er vonken over kunnen springen van draad naar schroef. Tenslotte schroeft u het binnenwerk van het nieuwe stopcontact ( WCD) vast. Vervangt u een geaard stopcontact, dan moet u ook nog even de groen/gele ( of grijze) aarddraad vastzetten aan het contact gemerkt met het aarde-teken.

WCD zonder randaardWCD met randaarde

WCD zonder < en met > randaarde ( aardecontacten)

 Schakelaar vervangen

U gaat te werk als bij het vervangen van een stopcontact, maar nu moet u de bruine draad (of de groene als het om een oude installatie gaat) in het gaatje onder de rode pal steken (of het gat waarbij de aanduiding P of L staat). De zwarte draad steekt u in het gaatje onder de grijze pal. Om de draden weer los te maken, drukt u op de pal. Er is ook schakelmateriaal dat is uitgevoerd met schroefklemmen i.p.v. verende pallen.

Een combinatie van schakelaar en stopcontact vergt een extra handeling: u verbindt het rode contact met bruine draad met een contactschroef van het stopcontact. De blauwe draad plaatst u onder de andere schroef van het stopcontact.

schakelaarcombinatie schakelaar WCD

 schakelaar < en een combinatie > (schakelaar en WCD in een)

 

Dubbele (serie-) schakelaar vervangen

Een dubbele (serie-)schakelaar wordt aangesloten met twee zwarte draden en één bruine draad. U bevestigt de bruine draad aan de fase (rode contact of P of L) en de twee zwarte draden aan de contacten die er tegenover liggen.
Een serieschakelaar is niets anders dan twee schakelaars in een kastje.

Ook is leverbaar een dubbele wisselschakelaar (hotelschakelaar) wat weer niets anders is dan twee wisselschakelaars onder een knop die er net zo uitziet als een gewone serie schakelaar. Deze schakelaars hebben zes aansluitpunten

 

Hotelschakelaar ( of wisselschakelaar) aansluiten

In een hotelschakeling worden 2 gelijke (wissel)schakelaars gebruikt om één lichtpunt te kunnen bedienen, zoals bijv. in de hal. De eerste schakelaar (A) wordt aangesloten met de bruine draad aan de fase (rode contact of P of L) en met de 2 zwarte draden aan de 2 andere contacten. Deze 2 zwarte draden maken de verbinding met de tweede schakelaar (B). De tweede schakelaar heeft 3 zwarte draden. De zwarte draad die op de fase (rode contact of P of L) is aangesloten, gaat naar de lamp. De overige 2 zwarte draden, die op de andere contacten worden aangesloten, maken de verbinding met de eerste schakelaar. Wanneer u deze tweede schakelaar gaat vervangen, merk dan de zwarte draad die op de fase is aangesloten met een stukje tape. Zo weet u precies welke zwarte draad u in de nieuwe schakelaar ook weer op de fase moet aansluiten.


 

Hotelschakeling met 3 schakelaars (kruisschakeling)

Wanneer er een lamp is die door DRIE (of meer) schakelaars bedient moet worden zoals bv in een trappenhuis dan komt er in het midden een zogenaamde kruisschakelaar. U ziet hieronder het
principe schema. De kruisschakelaar is oneindig uit te breiden.

 

Dimmers

Om te beginnen zijn goede dimmers niet goedkoop, echter bezuinigen op de prijs is niet geheel verstandig.

Er zijn drie soorten dimmers

  • Dimmers voor gewone lampen en 220 volt halogeen lampen   
  • Dimmers voor halogeen verlichting 12 volt elektronische trafo   
  • Dimmers voor 12 volt conventionele trafo's   

Vervangen van schakelaar voor dimmer

Wanneer we een schakelaar of wisselschakelaar willen vervangen voor een dimmer dan geld dezelfde procedure.

Een Dimmer kan in een hotelschakeling worden toegepast, u dient echter op te letten dat de dimmer een wisselschakeling bevat, ( op de dimmer staat aangegeven dat er een ingang voor de plus en twee aparte uitgangen voor de lamp is).
Twee dimmers aansluiten in een wisselschakeling is mogelijk, dit kan alleen niet met twee klassieke dimmers, hiervoor is speciaal installatie materiaal noodzakelijk.

Twee dimmers onder één knop is mogelijk, we noemen dit een seriedimmer. Een goede seriedimmer is duur en niet in bouwmarkten te koop, Toch adviseren wij U in geval van twee dimmers een goede seriedimmer bij ons te bestellen, of twee losse dimmers onder elkaar, in of opbouw is beide mogelijk.

Storing aan dimmers

Een goede dimmer bevat een zekering die defect kan zijn, U vindt de zekering in de vorm van een dun glazen buisje achter de draaiknop, in kleine letters staat op de zekering hoeveel de waarde van ( een nieuwe ) zekering moet zijn, de waarde in watts en dan weer omgerekend in ampere die de dimmer technisch kan dimmen. Wanneer de zekering blijft stukgaan is er iets met de dimmer of de lamp niet goed.

Elektra aanbrengen in de badkamer

Omdat de combinatie van water en elektriciteit gevaarlijk kan zijn, bestaat er een aantal richtlijnen voor elektra in badkamers en douches en dergelijke. De energiebedrijven gaan daarbij uit van twee opties: natte ruimten met aardlekschakelaar (installatie B) of zonder aardlekschakelaar (installatie A).

installatie A

Als de groep waarop uw badkamer is aangesloten niet beveiligd is door een aardlekschakelaar, zijn stopcontacten in de badkamer verboden. Een uitzondering hierop vormt het speciale scheerstopcontact. U mag een lichtschakelaar aanbrengen, als dit een hooggeplaatste trekschakelaar is. Andere schakelaars en dimmers moet u buiten de badkamer aanbrengen. De lichtarmaturen die u gebruikt, moeten waterdicht zijn en geaard of dubbel geïsoleerd. U mag zowel halogeenlampen als gewone spots gebruiken, mits deze branden op een 12-volts transformator die u buiten de badkamer plaats


Installatie B

Als de groep waarop uw badkamer is aangesloten wel beveiligd is door een aardlekschakelaar, gaat het energiebedrijf uit van een zone-indeling zie afbeelding hieronder. In de zones 0, 1 en 2 mag niets op het gebied van elektra aangebracht worden. In de resterende ruimte (zone 3) mag u wel schakelaars, stopcontacten en verlichting plaatsen (dus ook halogeenlampen en dimmers).
 

 

Brand!

In de media wordt kortsluiting altijd genoemd als oorzaak van brand, dit is onzin

Brand cq warmte ontwikkeling ontstaan:

  • Bij een slecte electrische verbinding in combinatie met een hoog stroomgebruik. (Wanneer er veel electtriciteit wordt gebruikt door bv veel apparaten aanstaan, dan wordt er veel stroom gevraagd. Deze stroom moet door de leidingen Daar waar de verbinding slecht is ontstaat warmte)  
  • Bij een slechte isolatie van stroomgeleidende delen (bv wanneer bedrading slechte isolatie heeft, denk aan oude of beschadigde bedrading)  

Warmte ontwikkeling ontstaat vaak in de groepenkast, omdat daar alle verbruikers tesamen zijn aangesloten en er dus veel stroom door de draden loopt

Een AARDLEKSCHAKELAAR schakelt in 50% van de storingen de stroom uit en een ROOKMELDER detecteerd brand in een vroeg stadium.

 

Storing, de aardlekschakelaar schakelt uit

Wanneer de aardlekschakelaar afschakelt heeft dat te maken met een aardlek Dat is iets anders dan kortsluiting) Ga als volgt te werk, schakel de groepsschakelaars achter de aardlekschakelaar uit, schakel de aardlek in en vervolgens een voor een de groepsschakelaars. Bij de groepsschakelaar waar de aardlek uitschakelt is iets mis. Ga vervolgens na welke elektrische apparaten op deze groep zijn aangesloten en schakel ze eerst allemaal uit en vervolgens een voor een weer aan om te achterhalen welk apparaat de storing veroorzaakt. Dit apparaat is defect en dient te worden gerepareerd of vervangen

Breng de electriciteit in kaart

Als u gaat klussen is het handig als u direct kunt zien welke groep u uit moet schakelen. Als er een storing is, is kennis van de verdeling van de elktra nog veel meer essentieel. Maak daarom een schema wat op welke groep zit of plak een stickertje boven elke groep. Wij kunnen dit ook voor u verzorgen.