|
Uw energiebedrijf brengt de elektriciteit van
buitenaf naar binnen, naar uw meterkast. Deze bestaat uit verschillende onderdelen (van
beneden naar boven) (afbeelding l).

1 In het onderste verzegelde
deel van de meterkast zitten de hoofdzekeringen. Die mogen alleen bewerkt worden door medewerkers
van het energiebedrijf, u mag het zegel dan ook nooit verbreken.
2 Ook de elektriciteitsmeter
is door het energiebedrijf verzegeld. Ook aan de elektriciteitsmeter mogen alleen medewerkers van
of namens het energiebedrijf werken.

3 In de verdeelkast wordt de stroomtoevoer
gesplitst in groepen. Daarmee wordt voorkomen dat alle elektriciteit uitvalt als u het
systeem overbelast, of als er kortsluiting optreedt. Nu is het zo dat alleen de zekering van
de betreffende groep doorbrandt, de andere groepen blijven normaal gesproken gewoon werken.
Op de verdeelkast zitten schakelaars waarmee u elke groep apart kunt in- of
uitschakelen.

Een nieuwe < en oude >
aardlekschakelaar
4 De aardlekschakelaar houdt
in de gaten of er in uw elektriciteitscircuit stroomverlies optreedt. Als dat het geval is,
schakelt deze schakelaar onmiddellijk uit.
Dit kan voorkomen dat brand ontstaat of iemand
geëlektrocuteerd wordt
Werken aan
electriciteit
Laat werk aan
een groepenkast altijd door een erkend elektrotechnisch installateur uitvoeren, hij kent de gevaren
en de eisen die aan zo'n kast worden gesteld.
Zoals u waarschijnlijk wel weet, kán elektriciteit
gevaarlijk zijn. Een stroomstoot is op z'n minst onprettig, elektriciteit kan dodelijk
zijn!. Het is dus van belang dat u voorzichtig
doet als u met elektra aan de slag gaat. Wij adviseren u bovendien om zelf alleen klein
onderhoud te plegen en vrij eenvoudige veranderingen aan te brengen, voor grotere klussen is
de (erkende) installateur het juiste adres, want voor het werken aan een elektrische
installatie geldt, dat U zich altijd dient te houden aan de wettelijke
voorschriften.
- Oefen eerst een keer 'droog'. Maak vooraf een
tekening en ga nog voordat u de werkzaamheden aanvangt, even na hoe de draden lopen,
welke kleuren met elkaar verbonden moeten worden en wat de volgorde van de werkzaamheden
moet zijn
- Schakel in de meterkast in ieder geval de
elektriciteit uit van de groep waaraan u gaat werken. Hebt u een automatische stop, dan
zet u de schakelaar om, hebt u een gewone stop, dan kunt u die het beste helemaal eruit
draaien. Probeer even of de elektriciteit inderdaad uitgeschakeld is, door een lamp of
iets dergelijks even aan te zetten die op dezelfde groep zit. Als het goed is, doet deze
lamp het nu niet. Twijfelt u nog, maak dan opzettelijk
kortsluiting.
- Een belangrijke voorzorgsmaatregel is het
gebruiken van niet-geleidende materialen. Schoenen met rubber zolen geleiden de stroom
niet als u toch een stroomstoot zou krijgen. Datzelfde geldt voor goed geïsoleerd
gereedschap. En, houd water ver uit de buurt van de werkzaamheden.
Ga nooit op een natte ondergrond staan en zorg ervoor dat u zelf niet nat
bent
- Als u een trap nodig
hebt, zet die dan stabiel neer en ga zo hoog staan dat u makkelijk bij de plaats kunt waar u de
werkzaamheden moet uitvoeren.
De draden

In de elektrische installatie worden vier kleuren
draad gebruikt:
- BRUIN
- Aanvoerdraad (fase)
- BLAUW
- Afvoerdraad (nulleiding)
- ZWART
- Schakeldraad (na schakelaars en tussen schakelaar en lamp)
- GEEL/GROEN
- Aarddraad
Bij oude installaties kunt u nog te maken krijgen
met de 'oude' kleuren:
- Groen
- Aanvoerdraad
- Rood
- Afvoerdraad
- Grijs -
Aarddraad.
- zwart
- schakeldraad
De leidingen
Normaal gesproken bestaan
de inpandige leidingen uit ronde kunststof buizen met een diameter van 16 mm. Daar lopen de draden
dan doorheen. Als de leidingen in de muur zijn weggewerkt, noemen we ze inbouwleidingen, als ze op
de muren zijn aangebracht, spreken we van opbouwleidingen. Een andere soort opbouwleiding is het
platte - buissysteem (k25). De draden lopen in dat systeem in een kabelkoker die op zijn beurt weer
is gekoppeld aan een platte holle plint.
Lasdozen, Centraal dozen sokken en
schakelaars
Als u ronde buizen gebruikt als
opbouwleiding heeft u beugels nodig. Daarmee zet u de buizen om de 40 cm vast op de muur.
Verder hebt u zowel voor opbouw- als voor inbouwleidingen natuurlijk lasdozen, sokken,
schakelaars en stopcontacten nodig, ook deze zijn verkrijgbaar als opbouw of inbouw. Lasdozen
zijn nodig om de aftakkingen te kunnen maken, sokken om de buizen aan elkaar te kunnen
koppelen, en schakelaars en stopcontacten om de lamp of het apparaat aan en uit te kunnen
zetten.
Er zijn vier verschillende lasdozen: In een
centraaldoos (afbeelding 2) maakt u op een centrale plaats de verbinding naar alle
lampen, stopcontacten en schakelaars. Een trekdoos (afbeelding 3)
gebruikt u voor het trekken van installatiedraad en het maken van zogenaamde
doorverbindinglassen. Een T
doos (afbeelding 4) bevat een T-splitsing.
Daarmee kunt u aftakken naar een stopkontakt of een schakelaar. Een vork- of gaffeldoos (afbeelding 5) gaat nog een stap verder dan de T-doos: u kunt hiermee
aftakken naar twee stopcontacten of schakelaars. Deze dozen zijn ook allemaal in de
inbouwvariant verkrijgbaar.
   
Bochten buigen
Als u niet met flexibele
buis werkt, iets wat we U met klem
willen aanbevelen, kunt
toch zelf bochten in de buis maken. Daarbij is het natuurlijk van belang om de buis ook in de
buiging hol te houden. Daarvoor hebt u een buigveer nodig. Aan het ene uiteinde van de
buigveer bindt u een draad. Die moet zo lang zijn dat hij uit de buis blijft hangen, zodat u
de buigveer na gebruik weer uit de buis kunt halen. Gebruikt u wel flexibele buis,
wat we u afraden dan moet u de beugels waarmee u de buis vast zet op de muur, wat
dichter bij elkaar plaatsen dan bij niet flexibele buis. Bijvoorbeeld op een onderlinge
afstand van 30 cm.
Gebruikt U flexibel buis, dat is het naderhand of
bij storingen etc, ontzettend moeilijk draden te vervangen
Draden trekken
Als u eenmaal de bochten gebogen hebt, kunt u de
draden door de buizen gaan leggen. Dat doet u met een trekveer (afbeelding 6). De draden die
door de buis heen moeten, bindt u aan het oog dat aan het uiteinde van de trekveer zit. Dat
doet u nadat u een stukje van het omhulsel van de draad hebt 'weggestript' met een striptang.
Draai de 'blote' einden van de draden aan elkaar en haal ze door het oog van de
trekveer.
Nu voert u eerst de trekveer door de buis en
daarmee dus ook de draden. Zorg ervoor dat u overal waar u draden aan elkaar moet maken (moet
'lassen'), voldoende draad laat uitsteken. Ook op alle andere plaatsen legt u de draden
lekker ruim, zodat u nog eens kunt veranderen, zonder dat u er extra werk aan
hebt.

Draden lassen
Om een draad af te takken kunt u lasklemmen of
lasdoppen gebruiken. Een lasklem is plat, een lasdop is rond (afbeelding 7). Bij beide is het
van belang dat er alleen maar 'afgestripte draad' in zit, er mag dus geen 'afgestripte draad'
uit de lasdop of lasklem steken. Daarom haalt u van de draden die u in de lasklem wilt zetten
ongeveer een centimeter isolatie weg, maar als u ze in een lasdop wilt zetten moet dat wat
meer zijn. Dan moet u namelijk de 'afgestripte draden' in elkaar draaien voordat u ze in de
lasdop voert en dat kost millimeters. Let op! Altijd
kleur aan kleur! Hebt u teveel 'afgestripte'
draad; knip dan het overbodige deel weg met een zijsnijtang.

Stopcontact ( of WandContactDoos WCD )
vervangen
Als u een stopcontact ( WCD) vervangt, kunt u
gewoon gebruik maken van dezelfde schroeven en schroefgaten. Evenals bij het oude
stopcontact, moeten de blauwe (of rode ) en bruine of groene) draden vastgezet worden onder
de contactschroeven. Buig daarvoor een lusje in de 'afgestripte draad' en sla dat lusje om de
schroef heen. Zorg ervoor dat u de schroef goed vastdraait, een los contact is gevaarlijk
omdat er vonken over kunnen springen van draad naar schroef. Tenslotte schroeft u het
binnenwerk van het nieuwe stopcontact ( WCD) vast. Vervangt u een geaard stopcontact, dan
moet u ook nog even de groen/gele ( of grijze) aarddraad vastzetten aan het contact gemerkt
met het aarde-teken.
 
WCD zonder < en met > randaarde (
aardecontacten)
Schakelaar vervangen
U gaat te werk als bij het vervangen van een
stopcontact, maar nu moet u de bruine draad (of de groene als het om een oude installatie
gaat) in het gaatje onder de rode pal steken (of het gat waarbij de aanduiding P of L staat).
De zwarte draad steekt u in het gaatje onder de grijze pal. Om de draden weer los te maken,
drukt u op de pal. Er is ook schakelmateriaal dat is uitgevoerd met schroefklemmen i.p.v.
verende pallen.
Een combinatie van schakelaar en stopcontact vergt
een extra handeling: u verbindt het rode contact met bruine draad met een contactschroef van
het stopcontact. De blauwe draad plaatst u onder de andere schroef van het
stopcontact.
 
schakelaar < en een combinatie >
(schakelaar en WCD in een)
Dubbele (serie-) schakelaar
vervangen
Een dubbele (serie-)schakelaar wordt aangesloten
met twee zwarte draden en één bruine draad. U bevestigt de bruine draad aan de fase (rode
contact of P of L) en de twee zwarte draden aan de contacten die er tegenover
liggen.
Een serieschakelaar is niets anders dan twee schakelaars in een
kastje.
Ook is leverbaar een dubbele wisselschakelaar
(hotelschakelaar) wat weer niets anders is dan twee wisselschakelaars onder een knop die er
net zo uitziet als een gewone serie schakelaar. Deze schakelaars hebben zes
aansluitpunten
Hotelschakelaar ( of wisselschakelaar)
aansluiten
In een hotelschakeling worden 2 gelijke
(wissel)schakelaars gebruikt om één lichtpunt te kunnen bedienen, zoals bijv. in de hal. De
eerste schakelaar (A) wordt aangesloten met de bruine draad aan de fase (rode contact of P of
L) en met de 2 zwarte draden aan de 2 andere contacten. Deze 2 zwarte draden maken de
verbinding met de tweede schakelaar (B). De tweede schakelaar heeft 3 zwarte draden. De
zwarte draad die op de fase (rode contact of P of L) is aangesloten, gaat naar de lamp. De
overige 2 zwarte draden, die op de andere contacten worden aangesloten, maken de verbinding
met de eerste schakelaar. Wanneer u deze tweede schakelaar gaat vervangen, merk dan de zwarte
draad die op de fase is aangesloten met een stukje tape. Zo weet u precies welke zwarte draad
u in de nieuwe schakelaar ook weer op de fase moet aansluiten.

Hotelschakeling met 3 schakelaars
(kruisschakeling)
Wanneer er een lamp is die door DRIE (of meer)
schakelaars bedient moet worden zoals bv in een trappenhuis dan komt er in het midden een
zogenaamde kruisschakelaar. U ziet hieronder het
principe schema. De kruisschakelaar is oneindig uit te
breiden.

Dimmers
Om te beginnen zijn goede dimmers niet goedkoop,
echter bezuinigen op de prijs is niet geheel verstandig.
Er zijn drie soorten
dimmers
- Dimmers voor
gewone lampen en 220 volt halogeen lampen
- Dimmers voor
halogeen verlichting 12 volt elektronische trafo
- Dimmers voor
12 volt conventionele trafo's
Vervangen van schakelaar voor
dimmer
Wanneer we een schakelaar of wisselschakelaar
willen vervangen voor een dimmer dan geld dezelfde procedure.
Een Dimmer kan in een
hotelschakeling worden toegepast, u dient echter op te letten dat de dimmer een wisselschakeling
bevat, ( op de dimmer staat aangegeven dat er een ingang voor de plus en twee aparte uitgangen voor
de lamp is).
Twee dimmers aansluiten in een wisselschakeling is mogelijk, dit kan
alleen niet met twee klassieke dimmers, hiervoor is speciaal installatie materiaal
noodzakelijk.
Twee dimmers onder één knop is mogelijk, we noemen
dit een seriedimmer. Een goede seriedimmer is duur en niet in bouwmarkten te koop, Toch
adviseren wij U in geval van twee dimmers een goede seriedimmer bij ons te bestellen, of twee
losse dimmers onder elkaar, in of opbouw is beide mogelijk.
Storing aan dimmers
Een goede dimmer bevat een zekering die defect kan
zijn, U vindt de zekering in de vorm van een dun glazen buisje achter de draaiknop, in kleine
letters staat op de zekering hoeveel de waarde van ( een nieuwe ) zekering moet zijn, de
waarde in watts en dan weer omgerekend in ampere die de dimmer technisch kan dimmen. Wanneer
de zekering blijft stukgaan is er iets met de dimmer of de lamp niet goed.
Elektra aanbrengen in de
badkamer
Omdat de
combinatie van water en elektriciteit gevaarlijk kan zijn, bestaat er een aantal richtlijnen voor
elektra in badkamers en douches en dergelijke. De energiebedrijven gaan daarbij uit van twee
opties: natte ruimten met aardlekschakelaar (installatie B) of zonder aardlekschakelaar
(installatie A).
installatie A
Als de groep waarop uw badkamer is aangesloten
niet beveiligd is door een aardlekschakelaar, zijn stopcontacten in de badkamer verboden. Een
uitzondering hierop vormt het speciale scheerstopcontact. U mag een lichtschakelaar
aanbrengen, als dit een hooggeplaatste trekschakelaar is. Andere schakelaars en dimmers moet
u buiten de badkamer aanbrengen. De lichtarmaturen die u gebruikt, moeten waterdicht zijn en
geaard of dubbel geïsoleerd. U mag zowel halogeenlampen als gewone spots gebruiken, mits deze
branden op een 12-volts transformator die u buiten de badkamer plaats

Installatie B
Als de groep waarop uw badkamer is aangesloten wel
beveiligd is door een aardlekschakelaar, gaat het energiebedrijf uit van een zone-indeling
zie afbeelding hieronder. In de zones 0, 1 en 2 mag niets op het gebied van elektra
aangebracht worden. In de resterende ruimte (zone 3) mag u wel schakelaars, stopcontacten en
verlichting plaatsen (dus ook halogeenlampen en dimmers).

Brand!
In de media wordt kortsluiting altijd genoemd als
oorzaak van brand, dit is onzin
Brand cq warmte ontwikkeling
ontstaan:
-
Bij een slecte
electrische verbinding in combinatie met een hoog stroomgebruik. (Wanneer er veel
electtriciteit wordt gebruikt door bv veel apparaten aanstaan, dan wordt er veel stroom
gevraagd. Deze stroom moet door de leidingen Daar waar de verbinding slecht is ontstaat
warmte)
-
Bij een slechte
isolatie van stroomgeleidende delen (bv wanneer bedrading slechte isolatie heeft, denk
aan oude of beschadigde bedrading)
Warmte ontwikkeling ontstaat vaak in de
groepenkast, omdat daar alle verbruikers tesamen zijn aangesloten en er dus veel stroom door
de draden loopt
Een AARDLEKSCHAKELAAR schakelt in 50% van de
storingen de stroom uit en een ROOKMELDER detecteerd brand in een vroeg
stadium.
Storing, de aardlekschakelaar schakelt
uit
Wanneer de aardlekschakelaar afschakelt heeft dat
te maken met een aardlek Dat is iets anders dan kortsluiting) Ga als volgt te werk, schakel
de groepsschakelaars achter de aardlekschakelaar uit, schakel de aardlek in en vervolgens een
voor een de groepsschakelaars. Bij de groepsschakelaar waar de aardlek uitschakelt is iets
mis. Ga vervolgens na welke elektrische apparaten op deze groep zijn aangesloten en schakel
ze eerst allemaal uit en vervolgens een voor een weer aan om te achterhalen welk apparaat de
storing veroorzaakt. Dit apparaat is defect en dient te worden gerepareerd of
vervangen
Breng de electriciteit in
kaart
Als u gaat klussen is het handig als u direct kunt
zien welke groep u uit moet schakelen. Als er een storing is, is kennis van de verdeling van
de elktra nog veel meer essentieel. Maak daarom een schema wat op welke groep zit of plak een
stickertje boven elke groep. Wij kunnen dit ook voor u verzorgen.
|