Dongelmans Elektro

 

Hoe hoort het?

Voor electrische installatie van een woning zijn regels opgesteld die we terugvinden in de NEN1010.

Dit is een boek dat zeer regelmatig herzien wordt en waarin omschreven wordt hoe een installatie is opgebouwd en wat wel dan wel niet mag.

Dit uiteraard bedoelt voor een optimale veiligheid.

Een standaard installatie van een woning bestaat uit een groepenkast, iedere ruimte een aansluitdoos die in het midden in het plafond is aangebracht.( een centraal doos )

Vanuit deze ( centraal ) doos worden er leidingen over het plafond naar de wand, en van daaruit naar beneden aangebracht, aan het einde van deze leiding komt in de muur een "inbouwdoos" waar een WandContactDoos ( WCD ) wordt aangebracht.

Ook wordt er vanuit deze centraal doos een leiding aangelegd naar een schakelaar in de muur voor de bediening van het lichtpunt die weer is aangesloten aan de centraaldoos.

Er wordt een aantal centraal dozen aan elkaar doorgekoppelt en dit noemen we een "groep"

Er zijn in een woning meerdere groepen, minimaal TWEE, die ervoor zorgen dat de gevraagde hoeveelheid elektriciteit ook zonder problemen beschikbaar is.

Vaak hebben apparaten die veel elektriciteit gebruiken zoals vaatwasser, boiler, wasmachine en droger een eigen aparte aansluiting/groep, ofwel een kabel die direct vanuit de meterkast naar dit apparaat gaat en nergens anders voor gebruikt wordt.

Al die groepen komen uit in de groepenkast, daar worden alle groepen aangesloten en beveiligt met stoppen en een aardlekschakelaar.